Schrijf u in voor de nieuwsbrief
Meld u aan
voor onze
nieuwsbrief

Aandeel werkende armen in Nederland gegroeid

  • DateWoensdag 3 oktober 2018

n 2014 waren er ongeveer 320.000 werkende armen (4,6% van alle werkenden). Daarvan werkten er 175.000 in loondienst, en 145.000 als zelfstandige. Vooral zelfstandigen zonder personeel, werkende alleenstaanden en werkenden met een migratie-achtergrond (met name van Turkse of Marokkaanse herkomst) lopen een verhoogd risico arm te zijn. Werknemers zijn vooral arm doordat zijzelf en/of hun huisgenoten te weinig uren werken om genoeg inkomen te genereren. Zelfstandigen zijn vooral arm doordat ze per uur te weinig verdienen.

Toenemend aandeel werkende armen na eeuwwisseling vooral door achterblijvende inkomens
Sinds 1990 is het aandeel werkende armen gestaag toegenomen. In de jaren negentig steeg het gemiddelde inkomen van huishoudens, maar dat kwam vooral door het groeiend aandeel tweeverdieners. Werkenden aan de onderkant van de inkomensverdeling – waaronder veel alleenstaanden en eenverdieners – profiteerden toen veel minder van de welvaartstoename.

In de periode 2001-2014 is de teruglopende koopkracht van werknemers door de achterblijvende loonontwikkeling vermoedelijk de belangrijkste reden dat het aandeel werkende armen toenam van 3,1% naar 4,6%. Ook de dalende winsten van zelfstandigen en toenemende werkloosheid in huishoudens speelden na de eeuwwisseling waarschijnlijk een rol. De groei van het aandeel zzp’ers verklaart een kleiner deel van de toename.

Wat is armoede, en wanneer behoren mensen tot de werkende armen?
Armoede is afgebakend op grond van het ‘niet-veel-maar-toereikend-criterium’ van het SCP. Dat is gebaseerd op de minimale kosten van wonen, voeding, kleding en verzekeringen, plus nog een klein bedrag voor ontspanning en sociale activiteiten. In 2014 was de norm voor een alleenstaande 1063 euro per maand. Werkende armen zijn mensen uit een arm huishouden die betaald werk hebben. Scholieren en studenten met een bijbaan zijn buiten beschouwing gelaten.

Nederland meer werkende armen dan Denemarken en België; maar veel minder dan Duitsland en VK
In Denemarken is het aandeel armen met 3,5% van de 25-64 jarige werkenden het laagst, op korte afstand gevolgd door België (4,3%). Nederland volgt daar vrij dicht op (5,3%), Duitsland op grotere afstand (9,4%). Het Verenigd Koninkrijk komt met 12,4% werkende armen het hoogst uit. De situatie in het Verenigd Koninkrijk kan worden gekenschetst als ‘veel kwetsbaren op de arbeidsmarkt, met hoge armoederisico’s’. In Denemarken is sprake van ‘weinig kwetsbaren, met lage armoederisico’s’. Nederland is een mengvorm: er zijn veel kwetsbaren, maar hun armoederisico’s zijn soms lager dan in Denemarken.

Bron: SCP